Intro
[Gb] [B] [Gb] [B] [Gb]
Chorus
[Gb] [B] [Bbm] [Abm] [B] [Db]
Wij wij wij zitten met een ei, waar komt dat ei vandaan dat is een raadseltje voor mij
[Gb] [B] [Bbm] [Abm] [Db] [Gb]
Wij wij wij zitten met een ei, ik zal dat ei wel uitbroeden dus ga maar vlug opzij
Chorus
[Gb] [B] [Bbm] [Abm] [B] [Db]
Wij wij wij zitten met een ei, waar komt dat ei vandaan dat is een raadseltje voor mij
[Gb] [B] [Bbm] [Abm] [Db] [Gb]
Wij wij wij zitten met een ei, ik zal dat ei wel uitbroeden dus ga maar vlug opzij
Interlude
[Ebm] [Bbm] [Cb] [Bbm] [Ebm] [Bbm] [Cb]
Verse 1
[Ebm] [Bbm] [Ebm] [Bbm]
Als ik in het bos ga wandelen dan vind ik altijd iets
[Ebm] [Bbm] [Abm] [Bbm]
Een eikel of een fietsbel van een grote mensenfiets
[Gb] [Db] [Gb] [Cb] [Db]
Een blikje limonade of een potje rijstebrij
[Gb] [Db] [Ebm] [Db]
Maar deze morgen vond ik hier een joekel van een ei
Chorus
[Gb] [B] [Bbm] [Abm] [B] [Db]
Wij wij wij zitten met een ei, waar komt dat ei vandaan dat is een raadseltje voor mij
[Gb] [B] [Bbm] [Abm] [Db] [Gb]
Wij wij wij zitten met een ei, ik zal dat ei wel uitbroeden dus ga maar vlug opzij
Verse 2
[Ebm] [Bbm] [Ebm] [Bbm]
Wij waren niet aanwezig bij het breken van dat ei
[Ebm] [Bbm] [Abm] [Bbm]
Dus wie de eigenaar kon zijn vraag dat maar niet aan mij
[Gb] [Db] [Gb] [Db]
Een kip een eend een olifant een ezel of een slang
[Gb] [Db] [Ebm] [Db]
Het denken aan dat laatste maakte ons toch wel wat bang
Chorus
[Gb] [B] [Bbm] [Abm] [B] [Db]
Wij wij wij zitten met een ei, waar komt dat ei vandaan dat is een raadseltje voor mij
[Gb] [B] [Bbm] [Abm] [Db] [Gb]
Wij wij wij zitten met een ei, ik zal dat ei wel uitbroeden dus ga maar vlug opzij
Interlude
[Db]
Bridge
[B] [Gb]
En plots maakte dat ei van ons een vreemd krakend geluid
[Ab] [Db] [D]
En toen kwam er een donzig pluizig geel kuikentje uit
Chorus
[G] [Bm] [Em] [D] [A] [C] [D]
Wij wij wij zitten met een ei, waar komt dat ei vandaan dat is een raadseltje voor mij
[G] [Bm] [Em] [D] [C] [Am] [D] [G]
Wij wij wij zitten met een ei, ik zal dat ei wel uitbroeden dus ga maar vlug opzij
Chorus
[G] [Bm] [Em] [D] [A] [C] [D]
Wij wij wij zitten met een ei, waar komt dat ei vandaan dat is een raadseltje voor mij
[G] [Bm] [Em] [D] [C] [Am] [D] [G]
Wij wij wij zitten met een ei, ik zal dat ei wel uitbroeden dus ga maar vlug opzij